De plenaire openingssessie van de OEB belooft altijd weer enkele wereldvermaarde sprekers. We vlogen ’s morgens naar Berlijn en waren ietsje te laat op de conferentie. Daardoor misten we de toespraak van de minister van onderwijs van Senegal grotendeels. Plaats om bij een stopcontact te zitten (de levensduur van de batterij in m’n laptop is echt triestig) was moeilijk te vinden, dan maar helemaal achteraan op de grond naast een stekkerbakje.
De tweede keynotespreker, Michael Wesh, een digitaal etnograaf, citeerde Marshall McLuhan ‘We shape our tools and therefore our tools shape us’ . Wesh meent dat het publiek als massapubliek aan het verdwijnen is en vervangen is/wordt door een genetwerkt publiek. Internetters kijken minder of geen tv meer, maar vernemen nieuws(jes) via hun sociale netwerken. Massamedia heeft straks geen publiek meer en dus ook geen doeltreffendheid. Stilaan merkt iedereen die thuis een internetverbinding heeft dat. We brengen met z’n allen minder tijd voor televisie door en almaar meer tijd op internet. Wesh spreekt van een ‘crisis of significance’ een crisis van de betekenis van onderwijs zoals het vandaag meestal ‘aangeboden’ wordt. Hij bevroeg zijn studenten en maakte daarvan een filmpje dat hij op Youtube zette: binnen één week werd het meer dan 1 miljoen keer bekeken. Betekenis van onderwijs ligt veel meer in het leren stellen van een goede vraag dan in het formuleren van een juist antwoord. Vragen die leerlingen dwingen om hun vanzelfsprekendheden en hun vooroordelen op de helling te zetten. Het enige antwoord op de beste vragen is een andere goede vraag, de vraag zelf brengt dan inzicht.
Steeds vaker vinden we de informatie die we zoeken via de netwerken waarin we verbonden zijn met allemaal ‘zwakke’ schakels, ‘vrienden’ van ‘vrienden’ en die ons voeden met ‘feeds’ over wat zij belangrijk vinden. Zwakke schakels zijn op die manier belangrijker aan het worden dan de oude sterke en vertrouwde informatie-autoriteiten. Dat vertelt ons prof. Norbert Bolz.
Naast het belang van gelinkt zijn, onderscheidt hij nog vier andere relevante concepten: serieus gespeel, ego-merken en zelfdesign, identiteitsmanagement en aandachtsmanagement.
Volgens Bolz is er voor de succesvolle professional geen onderscheid meer tussen werktijd en vrije tijd, werken staat voor hen gelijk aan genieten en dat is een voorwaarde voor rendabiliteit en succes. Communicatie en mobiliteit zijn daarbij de meest productieve assets van onze tijd. De genetwerkte samenleving draait om het ego-merk; zelfdesign en ik-branding is in. Sociale netwerken draaien rond impressiemanagement, de pay-off van Youtube luidt niet voor niets “Broadcast yourself”. Honderd jaar nadat Oscar Wilde over ‘zelfcultuur’ schreef, zijn we via ‘broadcasting’ en ‘narrowcasting’ bij ‘egocasting’ aanbeland. Het individu wordt een constructie van datasporen, consumentenprofielen en beveiligingsinstellingen en dat managen wordt een almaar grotere uitdaging in de 21e eeuwse economie van de identiteit. Het schaarse goed is niet langer het 19e eeuwse geld of het 20e eeuwse tijd, maar herkenning en aanbeveling door personen (identiteiten) zitten in de ‘drivers seat’.
Er is een disproportionele hoeveelheid kennis beschikbaar tegenover de tijd die we hebben om die kennis te verwerken. Aandacht wordt dus een belangrijk goed, een schaars goed waar hard om zal gevochten worden. Het is voor mij cruciaal om me te kunnen oriënteren naar die kennis die ik nu nodig heb. Minder (maar passende) informatie is een meerwaarde. Dat is voor mij een cruciale vaststelling die mij als uitgever sterkt in waar ik mee bezig ben. Wij zoeken passende informatie en organiseren die voor een hele groep leraren en leerlingen zodat zij tijd kunnen uitsparen met het zoeken en organiseren van die informatie. Wij moeten wel meer en intenser samenwerken met de mensen waarvoor we werken, nog meer leraren en ook leerlingen betrekken bij het ontwikkelen van leermiddelen. Want van enkele autoriteiten alleen zal het niet kunnen blijven komen. Er is gewoon teveel en te veelzijdige informatie. En dan zijn we terug bij het belang van netwerken, online netwerken zijn samengesteld uit losse verbanden, maar die zijn heel informatierijk, de belangrijkste informatie komt meestal van mensen die je maar één of twee keer ontmoet. Bijzondere gedachte.