De derde sessie die ik vandaag volg is een discussie met George Siemens. De wiki die hij bij zijn boek opende heeft tot nu toe 7 reacties gekregen, wat niet echt veel is. Typisch voor wiki’s is dat ze altijd open staan en dat je kunt reageren op het moment dat het jou past. Daarom is het niet meteen een drama dat je maar druppelsgewijs commentaar krijgt. Een wiki bij een boek heeft zin omdat een boek een proces van contentcreatie is dat is stopgezet. De wiki maakt het mogelijk dat proces continuiteit te geven. Zijn boek is niet door traditionele uitgevers gepubliceerd, maar hij heeft wel het traditionele uitgeefproces doorgemaakt.
Connectivisme (de naam die hij ‘zijn’ theorie geeft) heeft niet echt iets te maken met sociaal constructivisme zegt hij. Hij vindt dat zijn benadering intuitiever is dan SC.
Netwerken zijn prominent aanwezig in alle belangrijke onderzoeksdomeinen. Wiki’s maken een collaboratieve manier van content- en kenniscreatie mogelijk. Het feit dat je daar input van anderen kunt ‘herschrijven’ kan bekeken worden als iets wat een origineel idee verloren doet gaan.
Learning ecology’s voor bedrijven zijn even onvermijdelijk als voor scholen. De jongeren van vandaag zullen veranderingen afdwingen. Hoe gaat de kennis in het bedrijf rond? Wie praat met wie? Wie weet wat, wie mag wat weten en waar zit die kennis allemaal? Zorg voor een architectuur die dat toelaat. Laat de CEO niet vertellen hoe de mensen moeten denken en wat ze moeten doen. Verschil van mening, openheid en vrijheid van spreken zijn cruciaal. Overorganiseren is een concrete bedreiging. Je hebt nood aan een bepaald soort netwerk, niet aan almaar meer netwerk.
Blogs zijn één tool, maar niet iedereen is te vinden om zijn gedachten uit te schrijven en te delen met anderen. Andere tools zoals mindmapping en concept mapping bieden mogelijkheden voor mensen die zichzelf niet een heel verhaal zien schrijven. Je kunt CmapTools downloaden (56mb).
De eerste namiddagsessie die ik volg op Online Educa gaat over ’social software’. De eerste spreker is Prof. dr. Michael Kerres de universiteit van Duisburg-Essen en hij heeft het over de implementatie van Drupal.org als CMS en dat te gebruiken in plaats van een LMS Ze hebben het in vijf dagen gebouwd en het wordt goed gebruikt door hun studenten.
De volgende spreker is Peter Jacobs van de KUL. Hij heeft het over een MediaWiki add-on op Toledo (Bb van de KUL). Een paar van de issues die hij aanstipt zijn het koppelen aan een bestaand LMS en ook de Single Sign On functie had wat voeten in de aarde. De studenten gebruiken de wiki om in groepen te werken aan een essay. Waar ze veel van geleerd hebben is de informele communicatie waar studenten van elkaars opmerkingen heel wat hebben opgepikt.
De derde spreker is Roger Dence van de University of Leicester die het begrip wiki-bility introduceert. Er zijn ook hier weer verschillende drempels voor addoptie van de wiki-idee. Hij pleit voor een integratie van wiki in bestaande omgevingen, iets wat de vorige spreker in praktijk gedaan heeft. Belangrijk voor het succes van dit soort innovaties is het bereiken van voldoende ‘kritische massa’. Er is dus veel experimenteertaal en we zijn nog in een zeer vroeg stadium.
Een conferentie over online leren moet een directe reactie toelaten.
Ik zit nu in een presentatie over e-portfolio’s en levenslang leren.
Shane Sutherland begint met uit te leggen welke drempels er zijn om een portfolio samen te stellen. Angst van technologie, nood aan ondersteuning, leren vindt meer en meer plaats op afstand. Zijn oplossing is Pebblepad: een systeem wat toelaat om ‘assets’ te creëren, editten en reviewen. De gebruiker heeft controle over zijn portfolio en kan zelf beslissen wat en met wie gedeeld wordt. Portfolio’s zijn per definitie persoonlijk en moeten dus levenslang kunnen bijgehouden worden.
Het is tot nu toe een productpresentatie en niet echt een inleiding over de meerwaarde van portfolio’s. Hopelijk wordt het snel beter. Ze hebben ongeveer 14k studenten in hun systeem. De vraag wordt dan ook gesteld hoe een student eens afgestudeerd verder gebruik kan en zal blijven maken van dat portfolio en wie daarvoor zal betalen. De business case voor de universiteit om ermee te beginnen was dat het een basis zou zijn voor studenten om voor post-universitaire opleiding terug te komen naar de universiteit waar ze alumnus zijn.
Een andere vraag is hoe studenten gegevens van andere portfolios kunnen ‘meebrengen’. Ze zijn IMS-e-portfolio conform. Standaarden dus!
Tweede spreker is Drs. Erik Ploeger van de hogeschool van Windesheim (17k studenten). De instelling wil veranderen naar een studentcentrale aanpak van hun onderwijs. Ze hebben hun waardeketen geanalyseerd en systemen in de informatie architectuur geïdentificeerd. Elke student kan met zijn e-portfolio of digitale identiteit in de hogeschool toekomen en zijn opleiding verderzetten.
De derde spreker is Harri Keurulainen die de integratie van assesment in het e-portfolio toelicht. Aan zijn instelling wordt voor iedereen een ‘personal learning plan’ aangemaakt waarin het portfolio een centrale rol zou kunnen spelen. Maar, dat is vandaag nog te veel technisch van insteek en daardoor zijn er te weinig concrete goede voorbeelden van hoe het idee in de praktijk echt zou kunnen werken. Studenten kunnen eerder verworven competenties ‘bewijzen’ door materiaal in het portfolio toe te voegen. Op de vraag hoe je er in de wereld van photoshopkundigen voor kunt zorgen dat de certificaten die studenten voorleggen ook gevalideerd kunnen worden? Zij gebruiken certificaten die door de Finse overheid worden toegekend en daarnaast blijft het ook natuurlijk zo dat bij assesment een student met een fake competentiebewijs door de mand valt.
De laatste spreker is Marcel Kemper van InHolland Universiteit die zal spreken over strategieën om e-portfolio succesvol te implementeren. E-portfolio speelt een belangrijke rol in de waardeketen van deze instelling met 45K studenten en docenten. De noodzakelijke infrastructuur en basisfunctionaliteiten zijn gebaseerd op het essay of verhaal dat centraal gesteld is en daaraan is een personal document library gekoppeld. Het essay kan aan de docent ter beoordeling worden voorgelegd. Daarom zijn er ook doelstellingen gekoppeld die de beoordeling een kader moeten geven. De centrale applicatie is Sharepoint waarlangs elke student zijn eigen site heeft. Tussen theorie en praktijk staan …
vooral het probleem dat e-portfolio een tool is om compententiegebaseerd leren te ondersteunen terwijl het onderwijs vandaag helemaal nog niet competentiegebaseerd is.
Wat kunnen we als uitgever hieruit leren? Studenten zullen straks materiaal uit de leermiddelen in hun e-portfolio willen invoegen. Een hele uitdaging om copyright te verzoenen met flexibel omgaan met de ‘content’.