december 2006


Daniel Delcourt (ex-DVO) komt ons vertellen over het groeiproces van de ICT-eindtermen (in voege 09/2007) die de overheid dit schooljaar op het onderwijs loslaat.

De eindtermen zijn onderwijskundig en niet technisch van insteek. Het zijn formeel vakoverschrijdende eindtermen (inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting). Een belangrijke nuancering die betekent dat de competenties die leerlingen individueel behalen niet zullen gemeten worden.

Aanleiding was de ongelijkheid van ICT-kansen te counteren die door de grote verschillen tussen scholen ontstaan. De eindtermen zijn onderverdeeld in leerprocesgerichte competenties, tegen een achtergrond van instrumentele vaardigheden en ingebed in de doelstelling ICT adequaat de nodige ICT te kiezen en verantwoord te gebruiken (reflecteren en bijsturen).

Er ontstaat discussie ivm de kwaliteit die bereikt moet worden. Door de focus op integratie in de vakken twijfelen sommigen aan de structurele verwerving van de genoemde vaardigheden. Het aanbrengen gebeurt dan te fragmentarisch en dus niet grondig genoeg. Het voorbeeld van tekstverwerking wordt aangehaald waar men de tekstverwerker gebruikt als een typmachine. Het gebruik van opmaakprofielen moet grondig worden aangeleerd en dat heeft iets nodig van drill & practice en kan niet zomaar tussendoor gebeuren.

Verschillende aanwezigen pleiten daarom sterk voor een apart vak ICT. Het is een vaardigheid zoals schrijven, lezen en rekenen. Daarom verdient het ook apart aandacht totdat basisvaardigheden verworven zijn en strategieën geïntegreerd zijn.

De goeie vraag van een leerkracht aan een ICT-coördinator moet zijn: zeg mij eens of er voor ICT iets is waardoor ik mijn onderwijs kan verbeteren? (variatie, differentiatie, remediëring, samenwerking, realistisch, zelfstandig, creatief) Verschillende reacties uit de zaal counteren dit heftig. De vakleerkracht zelf moet in staat zijn de goede ondersteunende middelen te vinden. Ik denk dat de uitgeverijen hier een mooie kans hebben, want men accepteert ook dat vele leerkrachten daar niet zelfstandig genoeg in zijn (en nooit zullen worden!?).

Een stapsgewijze toelichting van de eindtermen volgt na de pauze.

Jacques Denies spreekt op de ICT-dag in Anderlecht over het strategisch inzetten van ICT in een onderwijskundige context. Jacques werkt voor Microsoft en zijn bijdrage is ook gekaderd binnen de lancering van Vista en Office 2007.

ICT moet gebruikt worden om niet-relevante technische aspecten uit te schakelen en te komen tot bespreking van de kern van de les. Het begrijpen van iets heeft niets te maken met het technisch handvaardig uitvoeren.

ICT en informatica mogen niet als gekend van thuis beschouwd worden. Vergelijking met moedertaal maakt duidelijk dat het dialect uit de thuisomgeving ook op school tot AN wordt bijgeschaafd. Daarom pleit Jacques voor het behoud van ICT en informatica als vak, niet vrijblijvend hier en daar wanneer het past.

De leerkracht is strategische gids voor de leerling en zorgt er voor dat ze de beschikbare elementen goed inzetten. De ICT-eindtermen bieden het raamwerk waarbinnen men straks de beginsituatie mbt het gebruiken van ICT moet kunnen zien.

De nieuwe Microsoft programma’s moeten de leerlingen helpen beter gebruik te maken van hun ICT-vaardigheden.  Het oude adagium invoer – verwerking – uitvoer kan nu worden getransfereerd naar zoeken/selecteren – verwerken – publiceren.

Waarom een nieuwe gebruikersinterface? Diepgaand gebruik van Office bleek moeilijk, een menugebaseerde interface blijkt niet de beste keuze, er zijn nieuwe faciliteiten (commando’s x10 in 17 jaar tijd). Het klassieke patroon deugde niet langer, radicale wijziging in de aanpak: vanuit de taken en wat je wil gaan doen.

Technische wijzigingen zijn xml-formaat voor Word, Excel en Powerpoint: open formaat voor uitwisseling van bestanden en conversie (gratis tool) vanaf Office 2000.

Er zijn veel grafische upgrades doorgevoerd die het bijvoorbeeld mogelijk maken om genummerde lijsten in 1, 2, 3 grafisch voor te stellen. Een gigantisch gadgetgehalte staat ons te wachten.

Als uitsmijter presenteert Jacques ons nog een UMPC. De notebookmarkt is intussen al enorm gegroeid en dit soort toestellen zou nog meer draagbare computers in de scholen moeten brengen.

Jo Smedley van Aston University Birmingham benadrukt het belang van de ontwikkeling van de vaardigheden van (zelf)reflectie ten aanzien van de kennis die ze ontvangen en reproduceren. Studenten krijgen te weinig tijd om te denken over wat ze al geleerd hebben: wat de waarde ervan is, de context, de relevantie en de pathway (check). Het secundair onderwijs is gericht op een klassieke manier van een beetje leren, een toets en daarna te vergeten. De enige reflectie gebeurt op het moment van de toets en de manier van toetsen bepaalt alles.

Ze hebben een systeem opgezet waarin studenten konden terugblikken op hun leerproces en daarover communicatie met de leerkrachten kunnen hebben.

Stephen Farrier en David Nichol van Northumbria University vertellen hoe ze de implementatie van blended learning in hun organisatie succesvol werd doorgevoerd.

Stakeholders moeten duidelijk geïdentificeerd worden. (Kennedy & Everest 1991)

Drivers: formeel of informeel leren, klaar zijn voor de kenniseconomie, leren als organisatie. Uitdagingen: leren aanpassen aan nieuwe situaties en shared learning promoten; leren leren: creativiteit en innovatie (maar meetbaar??) in ontwerp en distributie van leren, samenhang in de leercultuur. Investeer in stakeholders en in partners.

Hoe kunnen mobiele telefoons gebruikt worden in een leersituatie. Een voorbeeld met leerobjecten voor Duits als vreemde taal. Het project is gesteund door de EC en het is een samenwerking tussen universiteiten in Finland, Zweden, Duitsland, Estland en Nogietsland.

De eindgebruiker beschikt nog niet over een ’smartphone’ en daarom gaat het nu vooral nog ontwikkeld worden voor distributie over ‘the old one phone’. Het resultaat van het project zal 50 leerobjecten bevatten en ook een auteurstool. De bedoeling is om leerkrachten een voorbeeld te geven waarop zij dan zelf eigen leerobjecten kunnen maken. Mocht dat ooit een wens worden, dan is er allicht een ‘markt’ voor de educatieve uitgevers.

SAP gebruikt een semantische XML benadering voor de creatie en distributie van e-learning content. Ze stellen ongeveer 600 auteurs freelance te werk om die content aan te maken. Semantische XML bestaat niet in de zin dat XML semantiek bevat. Semantische XML als slogan betekent dat XML metadata voorziet op zo’n manier dat die metadata menselijke gebruikers helpt om de XML data te interpreteren op de manier zoals dat ook de bedoeling was. Er van uit gaand dat ik weet wat jij bedoelt …

XML zorgt voor gestructureerde informatie, die multi-channel publishing mogelijk maakt, die zorgt dat content kan worden hergebruikt, die ook dynamische contentcreatie toelaat en die tenslotte de content supply chain bouwt die externe auteurs toelaat volgens jouw model content aan te leveren.

De betekenis van de tekst bepaalt de keuze van de tags van die tekst. Cfr. lay-out instructies die bepalen waar een tekst moet komen op scherm.

sXML laat toe de noden van instructional designers, delivery channels en gebruikers te verzoenen. Het laat SAP toe om op grote schaal content te maken. Het maakt hergebruikt tussen verschillende kanalen toe, snelle en efficiente productie, etc. toe bla bla veel te snel en nu gedaan.

Wat valt er te vertellen over zien? Onbetrouwbaar, onvoorspelbaar, inconsistent, onvolledig en irrationeel. Dat kunnen we zeggen over ‘zien’. Wat we zien wordt bepaald door onze passies, hoop, trots, onzekerheid, … Kijken is jagen, zoeken, … naar wat we willen zien.

Duane Sider heeft het boek van James Elkins, The Object Stares Back: On the Nature of Seeing gelezen en hij vertelt dat nu aan ons.

Maar Duane is vooral Chief Learning Officer van het bedrijf ‘The Rosetta Stone‘ die de gelijknamige talensoftware op de markt brengt. TRS geeft alleen informatie in de taal die men wil leren (geen enkele moedertaalreferentie) in combinatie met beelden. Boeiende manier van werken en misschien wel interessant als module binnen onze talenmethodes?

Twee fijne Finnen zullen onze wijzer maken in dit onderwerp. Ze results of ze finnis zury…

Waarschijnlijk en hopelijk zal de laatste slide iets interessants zeggen, maar intussen is het een beresaaie en slechte presentatie. Was er een gebrek aan relevante sprekers om dit onderwerp goed gevuld te krijgen?

Ze werken met plone als open source cms-systeem voor hun site Puikkari.fi

Er is een grote kloof tussen een goeie inspirerende presentatie en dit soort van geklooi. Misschien dat onze broeders en zusters in Helsinki daarover wel iets zinnigs te vertellen hebben?

Dat gaan we leren van Wim Westera.

Geloof in de vooruitzichten van online educatie is het probleem. Zijn wij allemaal fanatici? Zien we niet waar de werkelijke (on)mogelijkheden liggen? Er is een gebrek aan zelfkritiek.

Geloof geen goeroe’s!! Het einde van dit of dat door een nieuwe technologie is zever. Scholen zullen (nog niet meteen) verdwijnen? Leren altijd en overal? In de natuur, op een rock-concert? Neen, je moet in stilte en met concentratie bezig zijn wil je iets bereiken. Gemakkelijk en leutig? Neen, hard werk. Zucht! Kosten besparen? Vergeet het! Directe en persoonlijke ondersteuning van de leerlingen? Teveel hassles gewoon, te veel tijd en dus te duur. Gepersonaliseerde leertrajecten? Het werk van de leerkracht bij de leerling leggen is onzin. Gefrustreerde leerlingen zijn het resultaat.

Blended learning, een vlag zonder lading. Learning management systemen managen alles behalve het leren zelf. Kennisconstructie: hee kijk ik vond de relativiteitstheorie! lol.

Hoe moeten we aankijken tegen technologie? Visies op de relatie mens-techniek zijn legio.

Instrumentalisme (technologie ondersteunt levens van mensen) versus substantivisme (technologie wijzigt levens van mensen) is de vergelijking die Wim ons wil presenteren. Instrumentalisten kijken sceptisch naar vernieuwingen (19e eeuwse visie; oude modellen worden gebruikt in nieuwe contexten). Ons onderwijs is vandaag nog altijd zeer instrumentalistisch geörienteerd. Eerste films waren theaterstukken die opgenomen werden met een statische camera, de kijk van de toeschouwer.

De ontwikkelingen op het vlak van nieuwe toestelletjes die fundamenteel onze manier van bestaan veranderen. De telefoon is een voorbeeld daarvan. Als we zouden stoppen met telefoneren zou onze samenleving in mekaar storten.

Technologie vormt ons bestaan, lokt nieuwe manieren van uitdrukken uit, is de drijvende kracht voor verandering.

We moeten de vraag niet stellen hoe kunnen we technologie gebruiken in onze bestaande modellen van leren en doceren? Maar hoe kunnen we technologie gebruiken en ontwikkelen om nieuwe modellen van leren en doceren te ontwikkelen.

Substantivist tot in de kist!

De eerste spreker op de tweede ochtend van Online Educa is Leo Plugge.

Innovation is the adoption of new ideas. Een goed idee volstaat niet. Het wordt pas een innovatie als het gebruikt wordt door een voldoende kritische massa. SurfNet in Nederland maakt regelmatig paradigma shifts door. Elke 5 jaar is er een nieuwe netwerk infrastructuur. Tijdens de implementatie van de ene structuur wordt het denkwerk aan de volgende al opgestart. De instellingen die Surfnet gebruiken zijn eigenaar van SURF die op hun beurt de instellingen opnieuw als hun klant beschouwen en ook benaderen. De overheid betaalt SURF voor de innovatie, de instellingen betalen voor het implementeren en gebruiken. De research onderzoekt wat de gebruikers doen en wat ze willen doen. Dat wordt in experimenten met high-end users getest en vervolgens geïmplementeerd in de volgende generatie. Op dit moment zijn er enkele gebruikers die gigabit-netwerken gebruiken, over enkele jaren zal iedereen daarvan gebruik (kunnen) maken.

Waar zit de pull en de push?

Educatieve theorieën en verschillende werkvormen worden regelmatig gepusht, maar met regelmaat van de klok lezen we ook over het falen van die theorieën. Waarom werkt dat allemaal niet?

Schooldirecties, leerkrachten en ICT-coördinatoren willen vooral ICT voor administratieve ondersteuning, technische support en training, niet voor communicatie. Leerlingen willen ICT net wel voor communicatie en NIET voor formele leerprocessen.

Leerkrachten willen niet dat hun les wordt opgenomen, leerlingen willen dat juist wel. Leerkracht willen vooral online tests, leerlingen hebben vaak nog liever de kans om zich mondeling te verdedigen.

Leerkrachten met de vaardigheden van gisteren doceren aan leerlingen met vaardigheden van vandaag voor een ongekende morgen.

Wat zijn de belangrijke to do’s voor de komende jaren:

- onderzoek bij de gebruikers, kijk naar het gedrag van leerkrachten en leerlingen

- experimenteer niet, onderzoek

- zet duidelijke en meetbare doelstellingen: wat wil je verbeteren?

- partnerships bouwen

- generatiekloof

- focus op adoptie: zorg dat wat je maakt ook gebruikt wordt of maak iets anders

Baseer je strategie op CATWOE (customer, actors, transformation proces, world view, owners, environmenta constraints) (Checkland 1990) een systeem design principe.