april 2007


Dat is de titel van de themasessie die ik wil volgen.

In Nederland verzamelen docenten van hogescholen ideeën ivm digitale didactiek op een site.

Het eerste interessante idee wat ik hoor is dat we in verband met het ontwikkelen van leermiddelen niet mogen handelen als een dinosaurus. Raadsel? Dino’s waren extreem goed aangepast aan hun omgeving maar toen de omgeving wijzigde verdwenen de dino’s. Zo goed waren ze aangepast. Je moet er dus voor zorgen dat je je niet richt op de omgeving waarbinnen je leerobject draait want die omgeving wijzigt zo snel dat voor je het weet jouw leerobject onbruikbaar is geworden: volg dus standaarden.  Succesvolle omgevingen zullen zich aan die standaarden conformeren.

Het Belgian Network for Open and Distance Learning heeft twee interessante gidsen gepubliceerd over:

  • Van leren naar e-leren
  • Van leerinhoud naar e-leerinhoud

Deze namiddag volg ik een studiedag van het expertisecentrum afstandsleren aan de Katho Tielt. Een mooigevulde zaal luistert momenteel naar de algemene inleiding. De keynotespreker Martin Valcke wordt helaas vervangen door z’n collega Bram De Wever, maar hopelijk zal de inhoud van de keynote daarom niet minder interessant worden.

Het succesvol inzetten van ICT in het leerproces is afhankelijk van vele voorwaarden. Kritische succesfactoren worden opgesomd bij wijze van praktijkvoorbeelden uit het hoger onderwijs (medische opleidingen) die als onderzoeksonderwerp hebben gediend voor Valcke & De Wever. Ultieme bewijzen kunnen niet geleverd worden omwille van de grote diversiteit van parameters waarvan de invloed niet nauwkeurig kan gemeten worden.

V&DW zijn vertrokken van een visie op leren en instructie (mesoniveau – microniveau met opsplitsing van informatie en communicatie).

Voor het onderzoek van de informatiecomponent wordt de CMT van Mayer in een schema van presenteren – verwerken – integreren gegoten. Voor elk van die aspecten worden ‘bewijzen’ aangereikt … niets onbekends en vooral het inbedden van ICT in een ruimere instructiesetting ondersteunt onze keuze voor methodegebonden ICT. Mbt integratie worden vooral simulaties als efficiënt geëvalueerd maar niet zozeer qua leerresultaat dan wel op vlak van tijdswinst en minder inzet van f2f.

 De communicatiecomponent wordt opgesplitst in communicatie tussen leerkracht en leerling en communicatie tussen leerlingen onderling (samenwerkend leren of COCL – computer ondersteund collaboratief leren). Communicatie tussen ouders en leerkrachten/instelling werd niet onderzocht (minder relevant in hoger onderwijs).

 Voordelen van ICT op het mesoniveau situeren zich op vlak van:

  • flexibiliteit (afh. van context en doelpubliek)
  • curriculum (ICT-vaardigheid is a must have)
  • repositories (OAI etc. – weinig onderzoek wel grote verwachtingen)